Je kent het wel. Je wordt wakker, schuift je hotelbalkon op, ziet een strakblauwe lucht en hoort ergens in de verte het zachte klok klok van een fles die over een bar glijdt. Het is negen uur ’s ochtends. Terwijl jij je nog uitrekt, staat er aan het zwembad al een gast met een glas rum-cola in z’n hand. Welkom bij de realiteit van een all-inclusive vakantie.
Vrijheid, blijheid… of gewoon doordrinken?
All-inclusive betekent: geen gezeik. Alles zit erbij. Eten, drinken, snacks, shows en soms zelfs een waterfiets waar je niks aan hebt. Maar het hoogtepunt voor veel vakantiegangers? De bar. En die is vaak open zodra het ontbijtbuffet wordt uitgerold. Jawel: naast je croissantje kun je gewoon een gin-tonic bestellen.
Voor de één is dat een droom. Voor de ander een tikkeltje ongemakkelijk. Want laten we eerlijk zijn: hoe relaxed je ook bent, een kerel die om 08:45 al aan de piña colada zit, roept vragen op. Tenzij het natuurlijk je schoonvader is. Dan kijk je snel weg.
Niet elk hotel is hetzelfde
Er zit wel degelijk verschil in de aanpak van hotels. De party-resorts in Turkije of Spanje draaien op drank. Daar krijg je bij wijze van spreken je kamersleutel in een shotglaasje. Maar in iets nettere oorden – denk: Griekenland, Kaapverdië of de betere resorts in Egypte – proberen ze de boel iets fatsoenlijker te houden.
