Soms heb je van die middagen waarop alles klopt. Je bent begin twintig, volgt nog colleges en woont tijdelijk weer thuis. Niet ideaal, maar praktisch. Die dag leek perfect. Haar moeder had duidelijk gezegd dat ze weg zou zijn en pas later terug zou komen. Misschien zelfs pas de volgende dag. Voor haar voelde dat als een zeldzaam moment van vrijheid in een huis dat normaal nooit echt leeg was.
Na school kwam ze thuis en meteen merkte ze hoe stil het was. Geen geluiden uit de keuken, geen jas aan de kapstok, geen stem die vroeg hoe haar dag was geweest. Het huis voelde tijdelijk van haar. Ze liep naar boven, legde haar tas neer en stuurde haar vriend een bericht dat hij langs kon komen. Zonder twijfel, zonder nadenken. Dit was zo’n middag die vanzelf ging.
Toen hij er was, zaten ze samen op haar kamer. De deur dicht, muziek zacht op de achtergrond. Alles voelde ontspannen en vertrouwd. Twee jonge volwassenen die even de buitenwereld vergaten. Ze waren met elkaar bezig, volledig in het moment, zonder rekening te houden met wat normaal gesproken om hen heen speelde. In haar hoofd was het huis leeg en dat bleef het ook.
Ze hoorde het niet eens aankomen. Geen waarschuwing, geen lange opbouw. Opeens klonk er beweging beneden. Nog voordat ze goed en wel kon beseffen wat het was, hoorde ze het geluid van de trap. Bekend. Te bekend. Haar lichaam reageerde sneller dan haar hoofd.