Het zit diep verankerd in de aard van de mens om anderen te onderschatten of te beoordelen op basis van uiterlijk. Het is een reflex die vaak sneller werkt dan logisch nadenken. Een blik, een houding, een kledingstijl of een kapsel is soms al genoeg om iemand in een hokje te plaatsen. Dat gebeurt dagelijks, op straat, online en zelfs in professionele omgevingen. Het verhaal van deze gast met pet en de ogenschijnlijk rustige hippie is daar een treffend voorbeeld van.
De man met de pet liep zichtbaar opgefokt door de straat. Zijn houding was dominant, zijn blik uitdagend en zijn woorden luid. Hij leek het type dat energie haalt uit confrontatie en zichzelf groter maakt door anderen kleiner te zetten. Toen hij de hippie zag, met losse kleding, een ontspannen houding en een uiterlijk dat niet schreeuwde om conflict, dacht hij een makkelijke prooi te hebben gevonden. In zijn hoofd was het plaatje al compleet. Dit zou iemand zijn die liever wegloopt dan terugpraat.
De hippie stond symbool voor alles wat de man met de pet verwarde met zwakte. Rust werd gezien als onzekerheid. Vriendelijkheid werd geïnterpreteerd als naïviteit. Het ontbreken van een stoer voorkomen werd automatisch gekoppeld aan het idee dat deze persoon zichzelf niet kon verdedigen. Zonder de ander echt te kennen, zonder context, zonder reden, ging de man met de pet verbaal tekeer. Op straat, waar anderen het konden zien, probeerde hij zijn moment te pakken.
Wat hij niet wist, was dat hij een klassieke fout maakte. De fout om te denken dat kracht altijd zichtbaar moet zijn. De fout om aan te nemen dat iemand die niet schreeuwt, niets te zeggen heeft. De fout om te geloven dat zelfverzekerdheid alleen zit in spierballen of harde woorden. De hippie bleef rustig. Hij luisterde. Hij keek. Hij liet de woorden even landen zonder direct te reageren.