Het gebeurt midden op de dag, op een gewone straat waar mensen hun boodschappen doen, onderweg zijn naar werk of even een frisse neus halen. Niets wijst erop dat dit moment anders zal zijn dan alle andere. Totdat een jonge vrouw zichtbaar moeite krijgt met lopen. Haar stappen zijn onzeker, haar lichaam lijkt niet helemaal mee te werken en al snel verliest ze haar balans. Ze probeert zich nog vast te houden, maar dat lukt niet. Ze valt op de grond, hard genoeg om de aandacht te trekken van voorbijgangers.
Even blijft ze liggen. Niet omdat ze dat wil, maar omdat opstaan simpelweg niet lukt. Ze probeert zichzelf overeind te duwen met haar handen, maar haar kracht schiet tekort. Haar gezicht laat verwarring zien, misschien ook schaamte. Overdag op straat liggen terwijl mensen langs je lopen, dat is voor niemand prettig. Sommigen kijken snel even, anderen lopen door alsof ze niets gezien hebben. Een paar mensen blijven op afstand staan, niet goed wetend wat ze moeten doen.
Alsof dat nog niet genoeg is, gebeurt er iets kleins maar vernederends. Vanuit de lucht laat een vogel iets vallen dat haar raakt. Het komt in haar haar en op haar kleding terecht. Het is zo’n moment dat bijna absurd voelt, alsof alles wat fout kan gaan ook echt fout gaat. Ze veegt het weg en zucht diep. Je ziet aan alles dat ze hier zo snel mogelijk weg wil, maar haar lichaam werkt niet mee.
Ze probeert opnieuw op te staan. Ze draait zich op haar zij, zet één knie neer en duwt zichzelf omhoog. Het lukt half, maar dan zakt ze weer terug op de grond. Haar frustratie groeit. Omstanders fluisteren, sommigen lachen ongemakkelijk, anderen kijken juist weg. De straat gaat door, alsof dit slechts een korte onderbreking is in het dagelijkse leven.