Hier kan het blijkbaar allemaal gewoon. Op een doordeweekse dag, midden op de dag zelfs, achter een appartementencomplex in Rotterdam, langs het water. Geen afgelegen bos, geen verlaten industrieterrein, maar een plek waar mensen hun hond uitlaten, langsfietsen of even een rondje wandelen om het hoofd leeg te maken. En toch besloot een duo dat dit een geschikt moment en een geschikte locatie was om de grenzen van wat publiek en privé is, flink op te rekken.
Het tafereel speelde zich af op een klein trappetje aan de waterkant. Zo’n betonnen opstapje dat bedoeld is voor onderhoud of om dichter bij het water te komen. Geen verborgen hoekje, geen beschutting van struiken of muren. Integendeel: vanaf meerdere kanten gewoon zichtbaar. Alsof de omgeving er even niet toe deed. Alsof de rest van de wereld op pauze stond.
Wat vooral opvalt, is de nonchalance. Geen haast, geen zenuwachtig om zich heen kijken, geen enkele poging om discreet te zijn. Het leek bijna routineus, alsof dit niet de eerste keer was dat hier even “ontspanning” werd gezocht. Alsof het trappetje inmiddels een onofficiële ontmoetingsplek was geworden voor momenten die normaal gesproken achter gesloten deuren plaatsvinden.
Rotterdam staat bekend als een stad waar veel kan. Grootstedelijk, rauw, recht voor z’n raap. Mensen bemoeien zich minder snel met elkaar dan elders. Leven en laten leven is hier vaak het motto. Maar zelfs in een stad met een hoge tolerantiegrens, blijft het opvallend hoe ver sommige mensen durven te gaan in de openbare ruimte.