Het leven van een alleenstaande opa is allesbehalve eenvoudig. De dagen lijken soms eindeloos op elkaar, zeker wanneer je ouder wordt en het sociale netwerk steeds kleiner wordt. Voor deze opa geldt dat hij al jaren alleen woont, sinds zijn partner is weggevallen en veel vrienden inmiddels zijn verhuisd of er niet meer zijn. De stilte in huis is groot en de behoefte aan menselijk contact wordt met de jaren alleen maar sterker.
Zijn kleinzoon weet dit maar al te goed. Hij komt regelmatig langs en ziet hoe zijn opa elke middag rond hetzelfde tijdstip zijn jas aantrekt, zijn pet opzet en een vaste route door de buurt loopt. Altijd op dezelfde manier, altijd hetzelfde tempo. Uit nieuwsgierigheid besluit de kleinzoon hem op een dag te volgen, niet om hem te controleren, maar vooral om te begrijpen wat die dagelijkse wandeling zo belangrijk maakt.
Tijdens het volgen merkt hij al snel dat zijn opa niet zomaar doelloos rondloopt. De wandeling lijkt een ritueel, een manier om structuur te houden in een leven waarin veel zekerheden zijn weggevallen. Soms stopt hij even, kijkt hij om zich heen of wisselt hij een paar woorden met iemand die hij onderweg tegenkomt. Voor een buitenstaander oogt het misschien als een gewone middagwandeling, maar voor de opa betekent het duidelijk meer.
Op een bepaald punt van de route blijft de opa wat langer staan dan normaal. De kleinzoon, op veilige afstand, ziet dat zijn opa met iemand praat. Geen bekende uit de buurt, maar iemand die hij duidelijk niet kent. Het gesprek oogt rustig en gemoedelijk, zonder haast of spanning. Na een tijdje vervolgen ze ieder hun eigen weg, alsof er niets bijzonders is gebeurd.
