Voor veel mensen is een avondje uit een manier om even alle drukte te vergeten. Wanneer je samen met vrienden of je partner een paar drankjes neemt, is het vervolgens verstandig om de auto te laten staan en gewoon de trein te pakken. Niet alleen omdat het veiliger is, maar ook omdat het simpelweg ontspannender is. Je hoeft je nergens druk om te maken, je hoeft niet op de weg te letten en je kunt rustig napraten over de avond. De trein brengt je uiteindelijk wel weer thuis.
Toch zijn er genoeg reizigers die denken dat er ’s nachts nauwelijks toezicht is. Dat de conducteur ergens voorin zit, dat de controle minimaal is en dat je eigenlijk kunt doen waar je zin in hebt. Vooral in de late uren ontstaat er soms een onterecht gevoel van vrijheid: weinig reizigers, weinig rumoer en een bijna verlaten coupé. Voor sommige mensen is dat blijkbaar een reden om de regels los te laten en zich volledig te laten meeslepen door het moment.
Zo ook een jong stel dat op een doordeweekse nacht de laatste trein pakte richting huis. De nacht was al ver gevorderd, de stations waren bijna leeg en de sfeer in de trein was kalm. De meeste reizigers zaten half slapend tegen het raam, luisterden naar muziek of staarden naar het voorbijglijdende landschap. Niets wees erop dat er iets opvallends zou gebeuren, totdat een conducteur besloot zijn ronde te maken door de wagons.
Hij verwachtte weinig bijzonderheden. Hooguit een reiziger die zijn kaartje kwijt was of iemand die in slaap was gevallen. Maar toen hij de schuifdeur naar de volgende coupé opende, keek hij recht op een tafereel dat hij niet direct kon plaatsen. Een stel zat dicht tegen elkaar aan, duidelijk volledig in hun eigen wereld. Het leek alsof ze even waren vergeten dat een trein een openbare ruimte is.
