Carnaval. Voor de één is het hét moment van het jaar om even alles los te laten, voor de ander is het vooral een sociale traditie met muziek, optochten en eindeloze gezelligheid. Maar er is één element dat elk jaar weer centraal staat in de gesprekken: het drinken. Het hoort erbij, zeggen velen. Toch zien we ook ieder jaar opnieuw hoe niet iedereen daar even goed mee om kan gaan. En precies daar ontstaat het contrast tussen feest en ongemak.
Wie ooit carnaval heeft meegemaakt in het zuiden van het land, weet dat het een compleet andere wereld is. Zodra je de stad binnenloopt, verandert de sfeer. Muziek klinkt uit elke kroeg, mensen lopen verkleed over straat en zelfs de meest gereserveerde types lijken plots een sociale upgrade te hebben gekregen. Vooral in plaatsen als Oeteldonk zie je hoe diep de traditie geworteld is in de cultuur.
Aan de typische rood-wit-gele kleuren en de jasjes vol emblemen en kikkers is meteen te zien waar de beelden vandaan lijken te komen. De outfit is geen toeval; het is een statement. Het laat zien dat je onderdeel bent van het feest, van de gemeenschap, van het moment. Maar juist in die uitbundige sfeer gaat het soms mis.
Want hoe feestelijk het ook is, alcohol blijft een factor die niet onderschat moet worden. De combinatie van lange dagen, weinig slaap en een constante stroom aan drankjes zorgt ervoor dat grenzen vervagen. Wat begint met een paar biertjes bij de eerste kroeg, eindigt soms in situaties die minder charmant zijn dan men zich vooraf had voorgesteld.