Het was zo’n zeldzame dag in Amsterdam waarop alles perfect leek samen te vallen. De zon scheen warm maar niet te fel, de lucht was helderblauw en de parken vulden zich langzaam met mensen die volop van het weer wilden genieten. Studenten lagen ontspannen op kleedjes, stelletjes slenterden hand in hand en ouders hielden een oogje in het zeil terwijl hun kinderen zich uitleefden op het gras.
In een van die parken, half verscholen achter een rij bomen, had een jong stel een plekje gevonden dat op het eerste gezicht rustig leek. Voor hen was het een moment om even te ontsnappen aan de drukte van de stad. Dicht tegen elkaar aan, volledig in hun eigen wereld, leken ze zich weinig aan te trekken van wat er om hen heen gebeurde.
Een paar verdiepingen hoger, in een flat met uitzicht over het park, zat een vrouw op haar balkon. Eerst genoot ze simpelweg van het uitzicht: het groen, de mensen, de ontspannen sfeer. Maar al snel werd haar aandacht getrokken door iets dat afweek van de rest.
Wat in eerste instantie nog onschuldig leek, veranderde langzaam in iets opvallenders. Naarmate de tijd verstreek, werd duidelijk dat hun gedrag verder ging dan wat de meeste mensen passend zouden vinden in een openbare ruimte. De vrouw fronste haar wenkbrauwen en bleef kijken, zichtbaar verrast door wat zich voor haar ogen afspeelde.