De kerstvoorstelling begon zoals zoveel andere schoolmomenten: een gymzaal die voor één avond was omgetoverd tot een feestelijke ruimte, met lampjes langs de muren, een paar slingers die net niet recht hingen en stoeltjes die iets te dicht op elkaar stonden. Ouders druppelden binnen met jassen over de arm en telefoons al half in de aanslag. Iedereen wist waarom ze er waren. Dit was het moment waarop de kinderen zouden laten zien wat ze de afgelopen weken hadden geoefend. Liedjes, pasjes, misschien een tekstje hier en daar. Niets groots, maar wel belangrijk.
De kinderen deden zichtbaar hun best. Sommigen zongen vol overtuiging mee, anderen bewogen vooral hun lippen in de hoop dat niemand het verschil zou zien. Er waren kinderen die te vroeg begonnen, kinderen die hun pasjes vergaten en kinderen die vooral druk waren met het publiek. Dat maakte het juist aandoenlijk. Voor de meeste ouders was dit hét moment om met glinsterende ogen te kijken, foto’s te maken en later thuis nog eens trots terug te spoelen.
Maar ergens op de derde rij zat een vader die de voorstelling net even anders beleefde. Niet ongeïnteresseerd, maar wel duidelijk afgeleid. Zijn telefoon ging omhoog, niet bij het begin van het liedje, niet bij de grote finale, maar precies op het moment dat de juf langs de zijkant van het podium meeliep. Terwijl andere ouders hun kinderen in beeld probeerden te houden, leek zijn camera een geheel eigen route te volgen.
De juf, die al weken bezig was geweest met oefenen, organiseren en sussen, was die avond vooral bezig om alles soepel te laten verlopen. Ze gaf subtiele seintjes, fluisterde aanwijzingen en glimlachte bemoedigend naar de kinderen. Voor haar was het een kwestie van overzicht houden. Voor deze vader leek zij echter het echte middelpunt van de avond te zijn.