Sommige kerels lijken het leven simpelweg beter voor elkaar te hebben dan de rest. Niet omdat ze harder werken, slimmer zijn of meer risico nemen, maar omdat alles ogenschijnlijk vanzelf hun kant op valt. Ze hebben een auto waar mensen zich op straat nog eens voor omdraaien, een baan die prima betaalt zonder dat het hun energie opslokt, en een woning waar licht, ruimte en comfort samenkomen. Het zijn van die figuren waarvan je denkt: hoe dan?
Alsof dat nog niet genoeg is, lopen ze ook op sociaal vlak altijd een stap voor. Ze hebben een uitstraling die deuren opent, zonder dat ze daar iets extra’s voor hoeven te doen. Mensen voelen zich aangetrokken tot hen. Niet op een opdringerige manier, maar bijna vanzelfsprekend. Het lijkt soms alsof ze precies weten wanneer ze moeten zwijgen en wanneer één blik genoeg is om alles te zeggen.
In dit verhaal speelt dat alles zich af op een plek waar grenzen langzaam vervagen. Een café, ergens in de stad. Geen chique club of exclusieve lounge, maar juist zo’n plek waar mensen binnenlopen om even los te komen van de dag. De muziek staat op een prettig volume, gesprekken lopen door elkaar heen en glazen worden zonder veel nadenken bijgevuld. Het is zo’n avond waarop tijd minder belangrijk lijkt.
Aan een van de tafels zit hij. Ontspannen houding, nauwelijks bezig met zijn omgeving. Hij lijkt zich nergens druk om te maken. En dan is daar zij. Vanaf het begin is duidelijk dat haar aandacht volledig bij hem ligt. Ze zit dichtbij, beweegt nauwelijks weg en lijkt geen enkele behoefte te hebben om met anderen contact te maken. Haar focus is scherp, bijna vastberaden.
