Oh ja hoor, ga vooral door alsof er niets aan de hand is wanneer je letterlijk op een heterdaadje wordt betrapt. Het is een scène die je eerder zou verwachten in een overdreven film, maar blijkbaar speelt dit soort situaties zich tegenwoordig ook gewoon af in het echte leven. Twee meerderjarige studenten, een kleedkamer, een onverwachte ontdekking en vervolgens… geen spoor van schaamte of paniek. Integendeel zelfs. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, gaan ze onverstoorbaar verder. Kan allemaal gewoon, zo lijkt het.
Wat hier vooral opvalt, is niet zozeer de situatie zelf, maar de houding eromheen. Waar je vroeger misschien rood werd, wegdook of in ieder geval stopte, lijkt er nu een soort nonchalance te zijn ontstaan. Een houding van: “Ja, en dan?” Alsof sociale grenzen iets uit een ver verleden zijn. Alsof verrassing, gêne en respect langzaam plaatsmaken voor schouderophalen en zelfverzekerde blikken.
Dit roept meteen een bredere vraag op. Zijn normen echt zo sterk aan het verschuiven? Of zijn we simpelweg minder onder de indruk van situaties die ooit als ongemakkelijk of ongepast werden gezien? In een tijd waarin alles wordt vastgelegd, gedeeld en besproken, lijkt het erop dat privé en publiek steeds meer door elkaar lopen. Wat ooit achter gesloten deuren hoorde, wordt nu met een zekere brutaliteit voortgezet zodra iemand binnenloopt.
Daarbij komt dat studenten vaak symbool staan voor een nieuwe generatie. Een generatie die assertief is, zelfverzekerd en minder gevoelig voor oordeel van buitenaf. Dat heeft voordelen. Ze laten zich minder snel in een hokje duwen en durven meer zichzelf te zijn. Maar er zit ook een keerzijde aan. Wanneer elke vorm van correctie wordt afgedaan als “ouderwets” of “preuts”, verdwijnt het gesprek over fatsoen en wederzijds respect.
